|
|
Ziekte
van Parkinson lang niet altijd herkend
Ruim één op de drie nieuwe gevallen van
de ziekte van Parkinson wordt niet altijd als zodanig herkend. Dit
betekent een aanzienlijke mate van onderdiagnose en waarschijnlijk van
onderbehandeling in de algemene bevolking. Hogere innames van
onverzadigde vetzuren en van vitamine B6 lijken de kans op het ontstaan
van Parkinson te verminderen. Deze conclusies trekt Lonneke de Lau van
het Erasmus MC in haar proefschrift waarop zij onlangs promoveerde.
Volgens de huidige cijfers telt Nederland zo'n 50.000 patiënten met de
ziekte van Parkinson. Jaarlijks komen daar zo'n 8.000 nieuwe patiënten
bij. De exacte oorzaak van de ziekte is niet bekend. De klinische
verschijnselen ervan, zoals het trillen bij rust en gestoorde
houdingreflexen, ontstaan door het afsterven van dopamine- producerende
zenuwcellen in de hersenstam. Cijfers tot nu toe zijn vooral gebaseerd
op gecontroleerde patiëntengroepen in ziekenhuizen, of op bestaande
registratiesystemen. De Lau deed voor het eerst onderzoek naar de ziekte
van Parkinson in de algemene bevolking in een dermate grote omvang en
uitgebreide opzet, dat de resultaten ook daadwerkelijk zijn te vertalen
naar de algemene bevolking.
De Lau vond ook dat personen die nog geen lichamelijke verschijnselen
van Parkinson vertoonden, maar wel subjectieve klachten hadden als
stijfheid, trillen, traagheid en een onvast gevoel of vallen, een
significant verhoogd risico hadden om later de ziekte van Parkinson te
ontwikkelen. Mogelijk heeft het gebrek aan dopamine dus al subtiele
verschijnselen tot gevolg vóórdat de kenmerkende Parkinson-afwijkingen
optreden. Een vragenlijst over subjectieve klachten zou in de toekomst
dan ook kunnen helpen om vroege gevallen van de ziekte op te sporen.
Meer informatie over Parkinson vindt u op
parkinson.startpagina.nl
en in
Het Parkinsonhuis
|
| |
|
In
de marge |
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|
Voor
u gevonden |
|
|
| |
|
|
| |
|