|
|
|
Wettelijke veiligheidsnormen tegen overstroming aan herziening toe
De veiligheidsnormen tegen overstromen, zoals thans opgenomen in de Wet
op de Waterkering, zijn gebaseerd op een onvolledige en onjuiste methode
om de kosten van schade bij overstroming af te wegen tegen de
investeringskosten om die schade te voorkomen. In een nieuwe, verbeterde
methode leidt minimalisatie van alle verwachte kosten tot het centraal
stellen van de verwachte schade en niet tot het gelijkhouden van de
overstromingskans, zoals in de oude methode.

Omdat de cijfermatige
uitkomsten duidelijk afwijken van de normen in de Wet op de waterkering,
is het te overwegen om deze nieuwe methode toe te passen op alle
dijkringen in Nederland. Tevens kan de methode een wetenschappelijke
basis leggen onder een nieuwe wettelijke veiligheidsfilosofie tegen
overstromen.
Dit concludeert Carel Eijgenraam in het CPB Discussion Paper ‘Optimal
safety standards for dike-ring areas’. Het Discussion Paper bevat
een volledige beschrijving en verdere uitwerking van de methode die
eerder is ontwikkeld voor de kosten-batenanalyse over veiligheid in het
kader van Ruimte voor de Rivier. Het Discussion Paper levert daarmee een
bijdrage aan de maatschappelijke discussie over een nieuwe wettelijke
veiligheidsstrategie die de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat
eind 2005 is gestart.
Kiezen is onvermijdelijk
Absolute veiligheid tegen overstromen is vooral aan de kust onmogelijk.
Bij het kiezen van de hoogte van de dijk is het daarom onvermijdelijk om
een maatschappelijke afweging te maken tussen de kosten van meer
investeren en de opbrengst daarvan in de vorm van een lagere kans op
overstromen. De auteur heeft een methode ontwikkeld om dit op een goed
onderbouwde manier te doen. Vernieuwend is dat de methode zowel antwoord
geeft op de vraag wanneer te investeren, als op de vraag hoeveel dan te
investeren. De nieuwe methode geeft aan dat het alles bij elkaar het
goedkoopste is om de verwachte schade bij overstroming ( = kans x
gevolg, door sommigen ook wel risico genoemd) binnen bepaalde grenzen te
houden. Deze grenzen hangen af van de investeringskosten.
Verwachte schade beperken betekent dat de
veiligheid moet stijgen
Omdat economische groei de schade bij overstroming verhoogt, is in de
loop der tijd een daling van de overstromingskansen (= stijging van de
veiligheid) nodig om de verwachte schade binnen de perken te houden.
Overstromingskansen zouden dus bijna even hard moeten dalen als het
aantal inwoners en de economie groeien. De normen voor
overstromingskansen in de Wet op de waterkering zijn echter al bijna 50
jaar constant.
Grote verschillen tussen dijkringgebieden
leiden tot grote verschillen in uitkomst
De nieuwe methode voor de berekening van optimale veiligheid is reeds
toegepast op 21 dijkringgebieden (polders omgeven door een dijk) in het
rivierengebied. Daarbij is nauw samengewerkt met verschillende
waterkundige experts. Deze dijkringgebieden variëren in aantal inwoners
en lengte van de dijken. Zo telt de Ooij- en Millingenpolder zo’n 14
duizend inwoners achter 18 km dijk en wonen er in de hele Betuwe meer
dan 300 duizend mensen omgeven door 172 km dijk.
Voor negen dijkringen leidt de nieuwe berekening tot een hogere
veiligheid dan thans wettelijk is vereist, voor vijf daarvan zelfs meer
dan twee keer zoveel. Voor deze polders is het dus aanbevelenswaardig om
de wettelijke norm aan te scherpen. De meest extreme voorbeelden in deze
groep zijn de dijkring Kromme Rijn met de stad Utrecht en de dijkring
Gelderse Vallei met de stad Amersfoort. Efficiënte normen voor
overstromingskansen liggen voor deze dijkringen in de orde van grootte
van 1/20000 tot zelfs 1/30000 per jaar. Dat is aanzienlijk scherper dan
de huidige wettelijke norm van een maximale overstromingskans van 1/1250
per jaar. Maar er zijn ook vijf polders waarvoor hantering van de
uitkomsten in 2015 zou leiden tot een verdubbeling van de wettelijke
maximale overstromingskansen. Hier zouden de wettelijke normen dus
minder scherp mogen worden. Duidelijkste voorbeelden daarvan zijn twee
vrij kleine dijkringen langs de IJssel, namelijk IJsselland en Gorssel.
Daar ligt het meest efficiënte veiligheidsniveau rond een
overstromingskans van 1/400 per jaar, terwijl ook hier de wettelijke
norm thans een maximale overstromingskans is van 1/1250 per jaar.
De huidige wettelijke normen houden dus weinig rekening met de grote
verschillen tussen dijkringgebieden in de verhouding tussen schade bij
overstromen (slachtoffers en materiële schade) enerzijds en
investeringskosten (lengte dijk) anderzijds. Dit vraagt om een nadere
maatschappelijke afweging tussen efficiëntie en gelijkheid in
veiligheid.
Economische overwegingen leiden in het algemeen
tot strenge veiligheidsnormen
Na de overstroming in New Orleans is in de Nederlandse pers soms
gesuggereerd dat de norm voor de overstromingskans aldaar (een maximale
overstromingskans van 1/200 per jaar) zoveel minder streng was dan in
Nederland langs de kust (namelijk maximale overstromingskansen van
1/4000 tot 1/10000 per jaar) omdat de norm in New Orleans gebaseerd zou
zijn op economische overwegingen. Deze bewering wordt in het geheel niet
ondersteund door de berekeningen voor Nederlandse dijkringgebieden.
Integendeel, op grond van verhoudingsgetallen ontleend aan de uitkomsten
voor de Nederlandse dijkringen kan zeker geconcludeerd worden dat het
bestaande veiligheidsniveau voor New Orleans zeer ver onder het niveau
lag dat economisch het meest rendabel was. Dit scheelde voorafgaand aan
de overstroming vermoedelijk minstens een factor 20.
Gemiddeld genomen leidt het funderen van de veiligheidsnormen op
economische overwegingen dus niet tot een verslapping van de normen en
daarmee tot een lager veiligheidsniveau.
Meer informatie
Meer over water vindt u op
water.startpagina.nl
|
|
|
|