|
Onderzoek wijst uit: Het gaat goed met de otter
Onlangs zijn er uitwerpselen (spraints) van otters gevonden bij de
Lindedijk (Friesland) en het Ketelmeer (Flevoland). Het is een goed
teken dat de otter naar andere gebieden trekt; dit duidt erop dat er
veel jongen worden geboren die een nieuw plekje zoeken.
Onderzoeksinstituut Alterra, dat onderzoek doet naar de uitgezette
otters, analyseert de spraints om te bepalen welke otters dit betreft.
De uitgezette otters in De Weerribben en
De Wieden verkeren in een prima conditie en planten zich op uitgebreide
schaal voort. Ook blijken de uitgezette otters op vroegere leeftijd
geslachtsrijp te zijn, dan doorgaans in andere otterpopulaties wordt
vastgesteld. Otters laten zich zeer moeilijk in het wild waarnemen,
zodat het lastig is vast te stellen hoeveel otters nu precies in het
uitzetgebied voorkomen. In eerste instantie waren de otters te volgen
via zenders die bij de dieren waren ingebracht. Deze zenders hadden een
beperkte levensduur; daarnaast beschikken de jongen die geboren zijn
uiteraard niet over een zender. De otters worden nu vooral gevolgd door
onderzoeksinstituut Alterra door middel van DNA-onderzoek aan spraints.
Alterra neemt op basis van dit onderzoek
aan dat er momenteel minimaal 15 otters in De Wieden en De Weerribben
aanwezig zijn. Naar schatting bestaat deze groep voor ruim de helft uit
nakomelingen van de uitgezette otters. De resultaten van de recent
onderzochte spraints uit de Weerribben tonen aan dat daar tenminste 11
dieren aanwezig zijn. Drie daarvan zijn destijds uitgezette dieren; de
overige 8 zijn nakomelingen die de afgelopen jaren in het gebied geboren
zijn. Het merendeel daarvan zijn wijfjes. Jonge mannetjes gaan op
zwerftocht op zoek naar een ander territorium. Dat dit niet zonder
risico is bewijzen de recent doodgereden jonge mannen op vaak grote
afstand van het uitzetgebied. Het goede nieuws van de afgelopen weken is
dat de eerste generatie nakomelingen inmiddels zelf ook nakomelingen
heeft voortgebracht. Dit betekent dat er nu al drie generaties otters in
De Weerribben voorkomen.
De winterronde van het verzamelen en genetisch analyseren van spraints
is nog volop gaande en de komende maanden worden nog meer resultaten van
de DNA analyses verwacht. Er zal dan ook meer duidelijkheid ontstaan
over de totale populatieomvang.
Tot nu toe zijn tenminste 13 otters
doodgegaan. Voornaamste doodsoorzaak is het verkeer, zodat het
verkeersveilig maken van nog aanwezige knelpunten voor otters in het
uitzetgebied hoge prioriteit heeft. Een deel van het oorspronkelijke
leefgebied van de otter is weer geschikt gemaakt. In de Olde Maten, De
Wieden, De Weerribben, de Lindevallei en de Rottige Meente, allen
moerasgebieden in Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland, is het
water weer van voldoende kwaliteit. Een aantal belangrijke knelpunten
voor het kunnen passeren van wegen en kanalen is opgelost. Dit is niet
alleen van belang voor de otter, maar ook vele andere soorten als
ringslang, ree, grote vuurvlinder profiteren van de uitgevoerde
maatregelen.
De otter stelt belangrijke eisen aan zijn omgeving: schoon water,
voldoende voedsel en mogelijkheden voor het vinden van dekking en het
verzorgen van de jongen. De otter heeft een groot, aaneengesloten
leefgebied nodig, waarin hij over grote afstanden kan zwerven en trekken
om in zijn voedsel en dekking te voorzien. Rust en ruimte vindt de otter
in overjarig riet, oeverbosjes en ruigtes. Daarom is het belangrijk
moerasgebieden met elkaar te verbinden door nieuwe natuur. Die vormen
robuuste, natte verbindingen voor veilige passages.
De otter was één van de ernstigst
bedreigde zoogdiersoorten van West- en Midden Europa. De otter is in ons
land in de jaren ’80 uitgestorven. Otters in het wild zijn in naburige
landen geleidelijk aan het toenemen. Desondanks zal het nog geruime tijd
duren voordat buitenlandse otters aansluiting zullen vinden met de groep
die zich nu in Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland bevindt.
Veel meer over dieren vindt u op:
dieren.startpagina.nl
|