Onderzoek naar natuurlijke kustverdediging van start
Hoe kan
een oesterbank of een buitendijks schor de Lage Landen helpen beschermen
tegen de zee? Oktober 2006 startten twee projecten over natuurlijke
kustverdediging. Voor onze verdediging tegen de stijgende
zeespiegel en waarschijnlijk zwaardere stormen redden we het niet met
dijken alleen. Tjeerd Bouma van het Nederlands Instituut voor Ecologie
NIOO-KNAW) stelt: "Alleen ophogen en versterken van dijken levert op de
lange duur een minder stabiele situatie op dan als er schorren voor de
dijken liggen. Ook 'ontpolderen' kan bijdragen aan de veiligheid."
Twee projecten
In een land waar de bodem daalt, terwijl tegelijkertijd door
klimaatsverandering de zeespiegel stijgt en de stormkracht toeneemt, is
het belangrijk om na te denken over duurzame kustverdediging. Onze
(steeds) lage(re) landen blijven niet
eeuwig beschermd door alleen het ophogen van de dijken.
Natuurlijke kustverdediging kan hier uitkomst bieden. Daarom gaan in Nederland twee projecten van start om de erosie van de kust
tegen te gaan: één over het beheren van schorren en één over het
aanleggen van richels met Japanse oesters, om de golfslag te breken en
bodemdeeltjes te 'vangen'.
Het beheren van schorren
Na proeven in 'stroomgoten' van enkele tientallen meters lang denken
Nederlandse onderzoekers dat schorren en oesterbanken bij kunnen dragen
aan de verdediging van onze kust. Om dat zeker te weten zijn nu
proeven in de praktijk nodig.
Op de Slikken van den Dortsman langs de Oosterschelde zal een 'richel'
worden aangelegd met Japanse oesterschelpen van een nabij gelegen plek.
"Zowel bij stevige wind als op windstille dagen zullen we meten hoeveel
de kracht van de golven afneemt en wat dat voor gevolgen heeft voor het
bezinken van bodemdeeltjes," legt onderzoeker Tjeerd Bouma uit. De
verwachting is dat de oesterbank de nabijgelegen schorren zal beschermen
tegen afslag, wat een gunstig effect heeft op de achterliggende dijken.
In dit project werken het NIOO-Centrum voor Estuariene en Mariene
Ecologie uit Yerseke, het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ), de
Radboud Universiteit Nijmegen en WL|Delft Hydraulics nauw samen.
Rijkswaterstaat financiert het als 'innovatief idee'. Ook de laatste
vergunning voor deze oesterproef is nu binnen, dus het project gaat per
direct van start.
Veiligheid en schorvorming
Het tweede project richt zich op de relatie tussen veiligheid en
schorvorming. Schorren, of kwelders, zijn buitendijkse stukken land
begroeid met planten die tegen zout en overstroming kunnen. Behalve dat
ze mooi zijn, hebben schorren ook twee eigenschappen die
kosteneffectieve en duurzame kustverdediging mogelijk maken. Ten eerste
verminderen ze sterk de energie die in golvend water zit: de golven
worden lager en de stroming minder. Daardoor heeft de kust erachter
minder te lijden van de golven. In de tweede plaats kunnen schorren
met de stijgende zeespiegel mee omhoog
groeien. De schorrenplanten vangen namelijk tussen hun stengels
korrels zand en slib op uit het 'afgeremde' water en zo blijft de
kustverdediging automatisch op peil. Behoud en uitbreiding van deze
'natuurlijke golfdempers' is dus belangrijk. De onderzoekers zullen
allerlei metingen doen aan groeiende en krimpende schorren. Daarna hopen
ze met voorspellingsmodellen over schorontwikkeling beleidsmakers te
ondersteunen bij een effectief beheer van estuaria en vooral van de
schorren. Technologiestichting STW financiert het project en het
Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en de TU Delft voeren het
uit. WL|Delft Hydraulics, RIKZ en natuurbeheerders Stichting het Zeeuwse
Landschap en It Fryske Gea zijn ook nauw bij de proeven betrokken.
Projectleider Bouma: "Het principe is van oudsher aangetoond, het idee
is simpel. Maar er zijn nog veel vragen op te lossen over het aangroeien
en verdwijnen van schorren, voordat het idee echt toepasbaar is voor
kustverdediging."
De projecten hebben
iets gewaagds
Beide nieuwe projecten hebben
iets gewaagds. De Japanse oester kennen we vooral als een
problematische exoot, die inheemse schelpdieren overwoekert en waar de
toeristen hun tenen aan openhalen. En als schorren het gaan maken als
kustbeschermers, dan zal dat in sommige gevallen betekenen dat ze
gemaakt moeten worden door het teruggeven van met moeite veroverd en
kostbaar land aan de zee. Dat 'ontpolderen' is, zeker in de provincie
Zeeland, een heet hangijzer.
De Japanse oester biedt echter ook kansen door de sterke riffen die ze
bouwen. Daarnaast kunnen ze door het filteren van water een bron van
slib bieden: iets wat belangrijk is voor bijvoorbeeld de met
'zandhonger' kampende Oosterschelde. "Als het project succesvol blijkt,
moeten we misschien besluiten in de toekomst gerichter de Japanse oester
weg te vissen op de ene plek dan wel te laten liggen op een andere,"
denkt Bouma. Ook ontpolderen heeft
positieve kanten, en niet alleen voor de natuur. Het opofferen
van kleine stukken agrarisch land, hoe pijnlijk ook, is waarschijnlijk
wel noodzakelijk om de grote landbouwgebieden in Zeeland op de lange
termijn veilig te stellen voor overstromingen. Bouma bekijkt het dan ook
positief: "Je moet ontpolderen meer zien als het beschikbaar stellen van
land voor duurzame veiligheid, in combinatie met natuurwinst."
Het Nederlands Instituut
voor Ecologie (NIOO-KNAW) verdiept zich in de ecologie van land, zoet
water en brak en zout water. Het Centrum voor Estuariene en Mariene
Ecologie in Yerseke (Zld.) bestudeert het leven in de zee en in
estuaria. Dit centrum is voortgekomen uit het Delta Instituut voor
Hydrobiologisch Onderzoek, dat in 1957 werd gesticht om de ecologische
effecten van het Delta Plan te onderzoeken. De twee andere
NIOO-vestigingen zijn te vinden in Heteren en Nieuwersluis. Het NIOO is
met ongeveer 250 medewerkers het grootste onderzoeksinstituut van de
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
Homepage
NIOO:
www.nioo.knaw.nl
|