Nederland moet een echt open economie worden
In Nederland moet nog heel wat
werk worden verzet om een echt open economie – een economie met markten
waarop outsiders ook echte kansen krijgen om de gevestigde posities te
beconcurreren – tot stand te brengen. De openheid van markten in
Nederland laat nog veel te wensen over; er zijn nog te veel
toetredingsbelemmeringen. Het creëren van een open economie is een
noodzakelijk onderdeel van een bredere hervormingsagenda die zich richt
op versterking van de economische groei. Dat schrijft
secretaris-generaal van Economische Zaken Jan Willem Oosterwijk in het blad Economisch Statistische Berichten (ESB).
Om de veerkracht van de
Nederlandse economie te vergroten moet er volgens Oosterwijk de komende
jaren een aantal maatregelen worden genomen. Allereerst de invoering van
de dienstenrichtlijn in de Europese Unie. Het vrije verkeer van personen
en diensten biedt de mogelijkheid om de achterblijvende
productiviteitsgroei in deze sector te vergroten.
Voor wat betreft het versterken van de economische dynamiek op de
nationale productmarkten heeft het kabinet inmiddels vorderingen
geboekt. Maar de marktordeningsagenda van het kabinet bevat nog twee
grote uitdagingen. In de eerste plaats het terugdringen van de hoge
administratieve lasten en de regeldruk voor ondernemers. Oosterwijk acht
het wegnemen van deze belemmeringen zo belangrijk voor ondernemers dat
nog dit jaar resultaten zullen moeten worden geboekt. Op de langere
termijn – onder een volgend kabinet – gaat het verder om het vergroten
van de mogelijkheden voor nieuw initiatief in semi-publieke sectoren.
Oosterwijk noemt in dit verband het hoger onderwijs en de woningmarkt.
De belangrijke experimenten in het hoger onderwijs met
collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort vormen een
belangrijke eerste stap. Oosterwijk pleit er voor om het hoger onderwijs
verder te “openen” door nieuwe instellingen sneller in aanmerking te
laten komen voor accreditatie en bekostiging. Op de woningmarkt is
volgens Oosterwijk in de afgelopen decennia met de beste bedoelingen
veel beleid op elkaar gestapeld. Deze stapeling van aanbodbeperkingen,
huurprijsregulering en vraagondersteuning werkt zeer verstorend en maakt
het beleid bovendien inefficiënt. Het kabinet heeft met de
huurliberalisering een belangrijke eerste stap gezet naar het “openen”
van de woningmarkt. Op langere termijn moet ook de aanbodbeperkingen
worden heroverwogen en de vraagstimulering geleidelijk worden afgebouwd.
Als derde noemt Oosterwijk de hervorming van de arbeidsmarkt.
Uitgangspunt moet zijn dat het wisselen van baan en normaal verschijnsel
is in een dynamische economie. Alle inspanningen moeten gericht zijn op
het voorkomen van langdurige werkloosheid. Voor het ontslagrecht
betekent dit dat wellicht kan worden volstaan met bepalingen waarmee
goed werkgeverschap wordt geregeld. Voor wat betreft de WW vindt hij het
interessant om de mogelijkheden van premiedifferentiatie te onderzoeken.
Oosterwijk beveelt verder aan
dat toegewerkt moet worden naar een structureel overschot op de
begroting. Dat is nodig in verband met de vergrijzing. Ook is het
volgens hem goed om de werking van de automatische stabilisatoren niet
langer te beperken tot de inkomstenkant van de overheidsbegroting.
Daardoor ontstaat een begrotingspositie die aan de inkomsten- en
uitgavenkant kan meeademen met de conjunctuur, zonder dat daarbij tegen
de grenzen van het Stabiliteits- en Groeipact aangelopen wordt.
Het is niet zo eenvoudig om
naar een echt open economie toe te werken. De baten van een open
economie – meer welvaart en werkgelegenheid - zijn immers pas op de
lange termijn merkbaar. Op korte termijn dreigen de insiders vooral hun
bevoorrechte positie te verliezen. Omdat ze vaak goed georganiseerd
zijn, kunnen ze heel goed een effectieve lobby opzetten. Visie en
doorzettingsvermogen zijn dan ook nodig om de noodzakelijke
veranderingen tot stand te brengen. Er moet goed worden nagedacht over
hoe de overgang naar een echt open economie moet geschieden, waarbij
insiders de tijd krijgen om zich aan te passen aan de veranderingen.
Meer informatie
Veel meer informatie vindt u op de
leiderschap.startpagina en
de
management.startpagina.
Verder op de
assertiviteit.startpagina en
de
motivatie.startpagina. Ook
vindt u veel relevante links op de
arbeidsmarkt.startpagina, de
arbeidsrecht.startpagina
de
onderhandelen.startpagina en de
conflicthantering.startpagina.
|