|
|
|
Hersenaandoening hoeft rijbewijs niet in de weg te staan
Ouderen
met een hersenaandoening kunnen hun rijbewijs toch vaak houden.
Meestal passen ze hun rijgedrag zelf al aan. Lukt dat niet, dan
kunnen ze met een training of technisch hulpmiddel misschien toch
veilig leren autorijden. Dat zei de hoogleraar Verkeersgeneeskunde
en Verkeersneuropsychologie prof. dr. Wiebo Brouwer in zijn oratie
aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Door de vergrijzing neemt het aantal ouderen in het verkeer
sterk toe. In 2040 telt Nederland ongeveer 2 miljoen inwoners van 75
jaar en ouder. Minstens 80 procent van hen heeft een rijbewijs.
Brouwer wil met zijn onderzoek en onderwijs bevorderen dat ouderen
verantwoord aan het verkeer kunnen blijven deelnemen. ‘De auto is
voor veel ouderen een noodzakelijk vervoermiddel. Zonder rijbewijs
raken ze gemakkelijk in een sociaal isolement.’
Vage regelgeving
Hersenaandoeningen komen op oudere leeftijd veel voor. Het gaat
daarbij om ziekten als beroertes, dementie en de ziekte van
Parkinson. Er is nog weinig bekend over de gevolgen van deze
aandoeningen voor de rijgeschiktheid. De regels die het Centraal
Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) moet toepassen bij het
beoordelen van de rijgeschiktheid zijn daarom noodgedwongen vaag.
Keuringsartsen en -psychologen kunnen er nog vele kanten mee op. Dat
kan betekenen dat sommige ouderen hun rijbewijs verliezen, terwijl
ze nog prima kunnen autorijden. Om deze regels aan te kunnen
scherpen is meer onderzoek nodig.
Handicap compenseren
Brouwer vindt dat het wetenschappelijk onderzoek zich niet alleen
moeten richten op selectie, maar ook op het vaststellen van de
revalidatiemogelijkheden. Mogelijk kunnen ouderen hun beperkingen
compenseren met een training of technische hulpmiddel. Hij
illustreert dat ondermeer met een lopende studie bij mensen met een
halfzijdige gezichtsvelduitval of hemianopie. Zij missen door een
beschadiging van de oogzenuw een deel van hun blikveld. Brouwers
afdeling onderzoekt in een rijsimulator of dit gemis verholpen kan
worden met een kijktraining. Daarbij leren ze het blinde gebied ‘in
te vullen’ met aangepaste oog- en hoofdbewegingen.
Combinatie van kwalen
Veel ouderen lijden aan meer kwalen tegelijk. Bij 75-plussers is dat
zelfs eerder regel dan uitzondering. Deze zogeheten co-morbiditeit
vormt volgens Brouwer een onderschat probleem. ‘Een enkele
aandoening hoeft niet te betekenen dat je geen auto meer kunt
rijden. Het is vaak de combinatie met andere ouderdomskwalen die een
probleem vormt. Je kunt een lichte visuele beperking bijvoorbeeld
nog compenseren door een andere kijkstrategie aan te leren. Maar dat
kost wel meer tijd. Bij veel ouderen neemt de snelheid waarmee de
hersenen informatie verwerken echter af.’
Ingewikkelde
kruisingen
Uit de ongevalsstatistieken blijkt dat de kans dat 75-plusser door
een ongeval overlijden of ernstig gewond raken groter is dan bij
bestuurders van middelbare leeftijd. Dat komt vooral door de grotere
kwestbaarheid van ouderen; bij een vergelijkbaar ongeluk zullen ze
eerder gewond raken. Ook de omstandigheden van het ongeval zijn vaak
anders. Ouderen krijgen vaker een ongeluk op ingewikkelde kruisingen
dan door te snel rijden. Volgens Brouwer moeten ergonomische
benaderingen zich daarom richten op complexe verkeerssituaties. Hij
denkt daarbij aan een sprekende boordcomputer die oudere bestuurders
over ingewikkelde kruisingen loodst.
Meer over ouderen vindt u op
senioren.startpagina.nl
|
|
|