|
Grotere bewegingsvrijheid dankzij
meer politie
Dankzij de toename van politiepersoneel
in de afgelopen jaren zijn mensen zich vrijer gaan bewegen. Mensen
rijden of lopen minder vaak om met het doel onveilige plekken te mijden
en laten minder vaak waardevolle eigendommen thuis uit angst voor
diefstal op straat.
Dankzij de betere politiebescherming krijgen
kinderen beneden de 15 jaar ook eerder toestemming van hun ouders om
ergens naar toe te gaan. De grotere bewegingsvrijheid vormt een extra
bate van meer politiepersoneel die niet tot uitdrukking komt in lagere
criminaliteitscijfers.
Dit concludeert het Centraal Planbureau
(CPB) in het CPB Discussion Paper 'Estimating police effectiveness
with individual victimisation data'. Het CPB analyseert in deze
publicatie het effect van de sterke toename van politiepersoneel in de
afgelopen jaren op slachtofferschap van criminaliteit, ervaring van
overlast en vermijdingsgedrag. De analyse is gebaseerd op gegevens uit
de Politiemonitor Bevolking, een uitgebreide telefonische enquête die
gericht is op veiligheid en de beleving daarvan onder de Nederlandse
bevolking.
Het rapport vormt een vervolgstudie op
het eerder dit jaar verschenen CPB Document 'Police numbers up, crime
rates down'. In deze nieuwe studie dalen de auteurs af van het
regioniveau naar het individuele niveau van respondenten van de
Politiemonitor Bevolking. Hierdoor hebben zij beter rekening kunnen
houden met verschillen die bestaan in de veiligheidssituatie binnen
politieregio's. Deze nieuwe studie bevestigt de bevinding uit het
eerdere CPB-onderzoek dat 'meer blauw' resulteert in minder
criminaliteit en overlast. De bijdrage ligt vooral in een preciezere
inschatting van de effectiviteit van de politie en het schatten van het
effect van meer politie op preventiemaatregelen, zoals omlopen om
onveilige plekken te mijden.
In 1995 liet 18,5 procent van de
bevolking vaak waardevolle spullen thuis uit angst voor diefstal. In
2003 was dit percentage gedaald naar 15,8 procent. Van deze daling is
1,9 procentpunt ofwel tweederde te danken aan extra politie-inzet, 0,8
procentpunt is het resultaat van andere factoren. Vaak omlopen of
omrijden om onveilige plekken te mijden daalde in de periode 1995-2003
van 9,9 procent naar 8,2 procent van de bevolking. Van de totale daling
van 1,7 procentpunt is 1,2 procentpunt ofwel tweederde te danken aan
'meer blauw', 0,5 procentpunt is het resultaat van andere factoren.
Kinderen niet toestaan ergens naar toe te gaan vanwege onveiligheid kwam
in 1995 in 20,8 procent van de huishoudens met kinderen beneden de 15
jaar vaak voor; in 2003 was dit gestegen tot 23,1 procent. De toename in
politiepersoneel had in deze periode een drukkend effect van 2,1
procentpunt op deze preventiemaatregel van ouders, maar andere factoren
deden het met 4,4 procentpunt stijgen. Zonder het extra politiepersoneel
van de laatste 10 jaar zouden ouders de bewegingsvrijheid van hun jonge
kinderen dus nog verder hebben beperkt.
Meer over de politie vindt u op
politie.startpagina.nl
|