Werkenden kregen meer beslissingsruimte in hun werk

Werknemers in Nederland hebben in de afgelopen tien jaar aanzienlijk meer beslissingsruimte in het werk gekregen. De ontwikkeling dat werkenden meer zelf kunnen bepalen hoe zij hun werk inrichten is gunstig omdat uit eerder onderzoek blijkt dat het werk zo interessanter wordt gevonden en meer mogelijkheden geeft tot betrokkenheid en ontplooiing. Dit pakt gunstig uit voor de productiviteit en is dus van wezenlijk belang voor een economie die stagneert en waarbij werkenden sterk onder druk komen te staan.

De groeiende beslissingsruimte komt naar voren in de vierde 'Trends in arbeid' die TNO Arbeid heeft gepubliceerd. Deze trendrapporten brengen de belangrijkste trends in kaart op het gebied van 'kwaliteit van de arbeid in brede zin'. Het gaat daarbij om aspecten van arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid. ‘Trends in arbeid’ kwam tot stand in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het CBS.

De trend van stijgende beslissingsruimte komt vooral door de relatief recente verschuiving van werkgelegenheid naar met name sectoren van de zakelijke dienstverlening en naar functies waarin men traditioneel een relatief grote beslissingsruimte heeft. Deze werkgelegenheid is ten koste gegaan van werkgelegenheid in ‘blauwe boorden’, waar men die beslissingsruimte minder heeft. Daarnaast zijn nieuwe werkvormen zoals telewerken sterk toegenomen, wat de beslissingsruimte van de Nederlandse werknemer ook sterk ten positieve lijkt te hebben beïnvloed.

Verschil in sectoren
De gezondheidszorg, de welzijnssector, de horeca en in mindere mate het onderwijs scoren ongunstiger dan het algemene beeld van de traditionele werkstressbalans van veel beslissingsruimte ter compensatie van hoge taakeisen zoals een hoog werktempo. Deze sectoren gaan dus niet mee in de gesignaleerde gunstige ontwikkelingen in beslissingsruimte en werktempo. Een reden hiervoor is dat in deze sectoren het werk nog steeds sterk gebonden is aan vaste werktijden en een vaste locatie.

Uit het trendrapport van TNO blijkt ook dat de contractuele arbeidstijd in Nederland afneemt, maar dat het overwerk toeneemt. De afname in contractuele arbeidsduur kan worden verklaard door de toenemende deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt. Velen van hen werken parttime, waardoor de werkweek gemiddeld korter wordt. Nederland is overigens koploper in de wereld wat betreft het aantal parttime banen.

‘Trends in arbeid 2004’, onder redactie van dr. I.L.D. Houtman, dr. P.G.W. Smulders en dr. D.J. Klein Hesselink, ISBN 90-5986-081-0, is een uitgave van TNO Arbeid.

Veel meer over het arbeidsrecht vindt u op de
arbeidsrecht.startpagina.nl


Ook de arbeidsmarkt.startpagina.nl, de conflicthantering.startpagina.nl en de onderhandelen.startpagina.nl bieden een schat aan informatie.




 

 
 
 

Disclaimer    Webmaster