|
|
Arbeidsduurverlenging: kiezen tussen inkomen en vrije
tijd
Vooral door het hoge aandeel van
deeltijdbanen is de gemiddelde arbeidsduur in Nederland laag in
vergelijking met andere Europese landen. Werknemers in Nederland
werken gemiddeld 1223 uur, tegenover bijvoorbeeld 1480 in Duitsland,
1546 in het Verenigd Koninkrijk en 1639 in Spanje. Dit schrijft het
Centraal Planbureau (CPB) in de CPB
Nieuwsbrief 2004/2. Met name werkgeversorganisaties pleiten nu
voor arbeidsduurverlenging: dit moet de concurrentiepositie
versterken en de gevolgen van vergrijzing opvangen.
Macro-economisch gezien heeft arbeidsduurverlenging op lange termijn
inderdaad positieve effecten, omdat het arbeidsaanbod toeneemt en
daarmee ook de productie en het nationaal inkomen. Voor de effecten
op lange termijn maakt het niet uit of arbeidsduurverlenging in
eerste instantie al dan niet gepaard gaat met gelijkblijvende
uurlonen. De effecten op korte en middellange termijn zijn
daarentegen zeer gevoelig voor wat er met de contractlonen gebeurt.
Op kortere termijn leidt langer werken wel meteen tot wat meer
economische groei, maar de werkgelegenheid neemt eerst nog af als
gevolg van de dalende arbeidsproductiviteit. Met aanvankelijk
gelijkblijvende uurlonen (en dus een evenredige loonsverhoging op
jaarbasis) leidt langer werken op korte termijn tot ongunstigere
effecten op werkgelegenheid en werkloosheid dan met aanvankelijk
gelijkblijvende jaarlonen (en dus dalende uurlonen).
Vanuit micro-economisch oogpunt leidt
langer werken niet automatisch tot meer welvaart. Zowel inkomen als
vrije tijd dragen bij aan de welvaart van mensen. Hoe groter de
vrijheid om zelf de optimale verdeling tussen inkomen en vrije tijd
te bepalen, hoe groter de welvaart. In dat perspectief is het
gunstig als mensen de mogelijkheid hebben om meer uren te kunnen
werken, zonder dat dit wordt opgelegd. Het is echter de vraag of
Nederlandse werknemers massaal bereid zijn om langer te werken; dit
geldt al helemaal voor deeltijdwerkers.
Willen mensen een goede afweging kunnen maken, dan moet het extra
inkomen dat zij kunnen verdienen door langer te werken de
maatschappelijke baten weerspiegelen. Ofwel: meer werken moet genoeg
opleveren en anderzijds moet vrije tijd niet te goedkoop zijn. Dit
laatste is het geval bij VUT-regelingen, waarbij de prijs van vrije
tijd dermate laag is dat dit het blijven doorwerken bij het bereiken
van de VUT-gerechtigde leeftijd sterk ontmoedigt. Onder meer via het
vaststellen van de hoogte van belastingen en uitkeringen kan de
overheid bevorderen dat mensen voldoende baten ondervinden van
langer werken om een zuivere afweging tussen inkomen en vrije tijd
te kunnen maken.
Veel meer over de arbeidsmarkt vindt u op de
arbeidsmarkt.startpagina.nl |
| |
|
In
de marge |
|
|
| |
|
|
|
| |
|
Voor
u gevonden |
|
|
| |
| |
| |
| |
| |
|