Achill Island parel aan de Atlantische kust van Ierland.

Nog steeds heeft de Atlantische kust van Ierland de schoonheid van een snoer ongecultiveerde parels; één van de parels is Achill Island. Voor veel Nederlanders een nog onbekend deel van Ierland. Toch is het gemakkelijk te vinden door met de wijsvinger vanaf Dublin in rechte lijn naar de westkust te gaan; dan even omhoog en voilà!


Hoewel Achill zich in alle opzichten als een eiland gedraagt, beschikt het al sinds de 2e helft van de 19e eeuw over een ouderwetse, maar comfortabele brug die haar aan het vasteland verbindt.

Achill is in Ierland vooral bekend om de vele kunstenaars die er hebben gewoond en nog steeds wonen. Veel schilders voelen zich aangetrokken tot het bijzonder heldere licht van de oceaan, dat het landschap reflecteert. Schrijvers, zoals Heinrich Böll, zijn vooral gecharmeerd van de authenticiteit van het eiland en haar bewoners.


Achill heeft een rijke geschiedenis met zichtbare sporen in het landschap vanaf het Neolithicum, zo’n 5000 jaar geleden. Naast allerlei megalieten zijn er de meer aanspreekbare shell middens. Dit zijn plekken waar onze verre voorouders zichzelf trakteerden op een maaltje schelpdieren en de schelpen lieten liggen. Bij het Golden Strand van Dugort zijn richeltjes schelpen te vinden in de vorm van een slordige cirkel tussen de grondlagen; de schelpjes zijn destijds keurig als schoteltjes op elkaar gestapeld en weggelegd.

Een levend voorbeeld van de meer recente geschiedenis is bijvoorbeeld The deserted village, een dorpsruïne. Dwalend tussen de bouwresten, hoor je de stenen en de architectuur vertellen over de arme boeren in de 19e eeuw, toen de Engelsen met harde koloniale hand over Ierland regeerden. Helemaal op het meest westelijke puntje, op het strand van Keem Bay, ligt de waterbron waar de schepen hun water aan boord verversten voordat ze de grote overtocht naar Amerika maakten. Veel eilanders halen er tot op de dag van vandaag hun drinkwater.

Cromwell noemde dit gebied the hell of Connaught en hij stuurde dissidenten hier naar toe, zoals Stalin dat deed naar Siberië. De bevolking heeft nog steeds een vrijbuitermentaliteit en als het even kan, buigt men alleen voor het gezag van de Heilige Moederkerk.


Ooit was Ierland bedekt met bossen en op Achill zie je hier en daar nog de duizenden jaren oude versteende boomstronken die uit het veen tevoorschijn komen als de bewoners hun turf steken. Ten tijde van de Ierse onafhankelijkheid (ongeveer 75 jaar geleden) kreeg elke familie van de regering een lap grond toegewezen op de bergen, opdat niemand in de winter ooit weer kou zou lijden. Turf steken is nog steeds een sociale bezigheid en de geur van verbrande turf uit de schoorstenen blijft onvergetelijk.

De oostelijke kant van het eiland wordt begrensd door The Sound, de zeestraat tussen het schiereiland Corraun en Achill. The Atlantic Drive is een aan te bevelen (auto)route, niet alleen vanwege de adembenemende panorama’s, maar ook omdat het de ingetogen kant van het eiland laat zien.

Bezoekers hebben ruim de gelegenheid van het authentieke van Achill Island te genieten. Zo biedt het Nederlandse (kunstenaars-)echtpaar Willem van Goor en Doutsje Nauta een verblijf in Bleanáskill Lodge. Het huis ligt aan een rustige inham, zo’n 2 kilometer van het dorp Achill Sound en kijkt over het water van The Sound uit op het schiereiland Curraun. Hun bijzondere tuin grenst aan de zee. Meer informatie: Bleanáskill Lodge,






 

 
 
 

Disclaimer    Webmaster